In deze handleiding wordt uitgelegd hoe je het sheet invult en hoe je de verschillende situaties in een wedstrijd verwerkt.

Onpartijdig
Je maakt deel uit van de jurytafel. Dat wil zeggen dat je samen met de scheidsrechters ONPARTIJDIG bent!
Wanneer de scheidsrechters bijvoorbeeld niet weten wat er in een bepaalde situatie gebeurde, kunnen ze dat aan jou vragen.
Laat je niet afleiden door anderen. Blijf betrokken bij de wedstrijd, zodat je geen fouten maakt.
De Bond controleert elk wedstrijdsheet en bij onregelmatigheden krijgt de vereniging een boete en in het ergste geval kan een gewonnen wedstrijd verloren worden verklaard.

Hulp
Wanneer je er niet uitkomt, dan vraag je de timer of deze je wil helpen. Samen let je op. Wie scoorde, wie maakte de fout etc. Kom je er samen niet uit, of heb je veel hinder van een coach of speler, dan waarschuw je de scheidsrechter op het eerstvolgende moment dat de wedstrijd stil ligt.

Tafel klaarzetten
Voor de wedstrijd begint (minimaal 15 minuten voor de wedstrijd begint aanwezig zijn!) controleer je of je alles hebt: 2 kleuren balpennen, sheet, bordjes om aantal spelersfouten aan te geven, scorebord, klok, 2 rode bordjes voor 4 teamfouten. Als het de laatste wedstrijd is, help je na de wedstrijd mee met het opruimen.

Taken timer:
-Balbezit pijl

Een wedstrijd heeft één sprongbal: aan het begin van het eerste kwart. Daarna wordt het balbezit bepaald door de beurtelings balbezit-pijl. Deze pijl wijst vanaf de tafel in de speelrichting van het team dat de volgende keer recht heeft op balbezit.

Bij de start van de wedstrijd wordt de bal door een van de springers getikt. Daarna heeft een van beide teams balbezit (de bal met twee handen vast). Als team A als eerste balbezit heeft, dan wordt de pijl in de speelrichting van team B gedraaid. Het is dus niet belangrijk welke speler de bal als eerste tikt;
 -De pijl wordt gedraaid na een sprongbalsituatie (als de scheidsrechter voor een sprongbal fluit);
 -De pijl wordt gedraaid na de inname aan het begin van het 2e, 3e en 4e kwart;
 Let op: de pijl draait in de rust van de wedstrijd, omdat de speelrichting van de teams dan ook draait;
 Let op: draai de pijl pas nadat de bal weer ingenomen is. Bij (te) vroeg draaien kan verwarring ontstaan bij scheidsrechters, coaches en publiek.

Speeltijd bijhouden

Een van de hoofdtaken van de timer is het bijhouden van de speeltijd.

Tijdsduur in een wedstrijd:
 -Vier periodes van 10 minuten
 -Pauze tussen 1e/2e en 3e/4e periode is 2 minuten
 -Pauze tussen 2e en 3e periode is 10 minuten

De tijd gaat stil:
 -Na ieder fluitsignaal, bijv. voor een fout of sprongbal
 -Als de bal uit is
 -Na een score in de laatste twee minuten van de wedstrijd (4e kwart)
Let op: dus niet in de laatste twee minuten van het 1e, 2e en 3e kwart

De tijd start weer:
 -Nadat de bal in het veld door een speler wordt aangeraakt
 -Bij een laatste vrije worp:
– Als hij geslaagd is, wanneer de bal na de inname in het veld wordt aangeraakt
– Als hij gemist is, wanneer de bal de ring raakt of aangeraakt wordt door een speler.

Afwijkende regels U10 / U12:
 -Acht periodes van vier (4) minuten
 Let op: de tijd gaat ook hier stil bij ieder fluitsignaal!

Wissels en time-outs
Tijdens een wedstrijd kunnen teams wisselen of een time-out nemen. De scheidsrechter fluit voor deze wissels en time-outs, maar het is aan de tafel om dit aan te geven aan de scheidsrechter. Wissels en time-outs moeten allebei aan de tafel worden aangevraagd. Zorg als timer dat je wissels en time-outs op het juiste moment doorgeeft aan de scheidsrechter, door te bellen of te zoemen.

Wanneer mag een speler wisselen?
 -Na een fluitsignaal van de scheidsrechter o Let op: na een score wordt niet gefloten
 -In de laatste twee minuten van het laatste kwart: ook na een score van de tegenstander, omdat de tijd dan stil staat

Wanneer mag een team een time-out?
 -Na een fluitsignaal van de scheidsrechter o Let op: na een score wordt niet gefloten
 -Na een score van de tegenstander

Afwijkende regels U10 / U12:
 -Wissels gaan volgens het slangensysteem; spelers wisselen tussen periodes;
 -Er zijn, vanwege de kortere periodes, geen time-outs mogelijk.

Taken als scorer

Scores en minuten invullen

 -In de middelste kolom (M) noteer je de minuut.
 -Bij een speler die scoort, schrijf je links het nummer en rechts de score.
 -Scores tel je door: bij de tweede score noteer je het totaal aantal punten.
Op het sheet laat je de volgorde zien: naast de minuut schrijf je de eerste score, maar scoort daarna de andere ploeg, verschuif dan een regel naar beneden.
Laat geen regels leeg: dit maakt het overzichtelijker en het voorkomt dat je ruimte tekort komt aan het einde van de wedstrijd.
In een minuut waar niet gescoord wordt, kan je niet anders.
 -Bij driepunters noteer je een rondje om het nummer van de schutter, om te laten zien dat het geen telfout is, maar een bewuste score met een afwijkende waarde (drie i.p.v. twee).
 -Bij vrije worpen maak je een haakje om de vakjes van de vrije worpen (één, twee of drie).
 -Bij een vrije worp die raak is, noteer je de score (één punt).
 -Bij een vrije worp die gemist wordt, noteer je een streepje.
Aan het einde van de periode noteer je twee rondjes om de laatste scores om aan te geven dat dit de laatste scores van de periode zijn.
Je begint zonder tussenstand te noemen, direct weer aan het tweede kwart. De standen per kwart noteren we later.

Teaminformatie, time-outs en fouten
Teaminformatie
 -De spelers met de lidnummers (Licentie No.) en shirtnummers (No) worden door de beide coaches ingevuld.
 -De kolom # is om bij te houden welke spelers hebben gespeeld. Spelers die in het veld hebben gestaan, krijgen een kruisje achter hun naam, en de spelers die het eerste kwart gestart zijn, een rondje om dat kruisje.

Time-outs
 -Bij time-outs noteer je de minuut waarin de coach de time-out neemt.
 -Als time-outs aan het einde van de helft niet gebruikt zijn, zet je een streep door de lege vakjes.

Fouten
 -Bij een persoonlijke fout van een speler noteer je de minuut.
 -Bij vrije worpen noteer je een klein cijfer (2 of 3) rechtsboven de fout (2 of 3 maal).
 -Bij een bonus vrije worp is dit een 1 (1 maal).
 -Bij een onsportieve fout noteer je een U rechtsboven (van Unsportmanslike – niet zoals een sporter zich hoort te gedragen).
 -Bij een technische fout van een speler noteer je een T rechtsboven.
 -Bij een diskwalificerende fout van een speler noteer je een D rechtsboven.
 -Bij een door een speler gemaakte fout, houd je ook de teamfouten bij:
-Technische en diskwalificerende fouten van coaches horen hier niet bij;
-Technische, onsportieve en diskwalificerende fouten van spelers wel.
Als aan het einde van de periode niet alle teamfouten gebruikt zijn, zet je een streep door de lege vakjes.
Na de vierde teamfout (fouten van één team in één periode), zet je ook een bordje op de tafel omhoog om dit aan de scheidsrechter te laten zien.

In de rust

In de rust trek je lijntjes om de fouten die dan gemaakt zijn. Hierdoor is na afloop van de wedstrijd te zien in welk kwart fouten gemaakt zijn (blauw en rood voor de streep betekent 1e + 2e kwart; blauw en rood na de streep 3e + 4e). Dit is te zien in het voorbeeld onderaan de pagina.

-Bijzondere fouten
Veel komen ze niet voor, maar je moet ze toch kunnen noteren; T-, D- en U-fouten.
Bij alle bijzondere fouten geldt: snap je het niet, vraag dan de scheidsrechter!
Een scheidsrechter die een bijzondere fout geeft weet ook hoe alles afgehandeld moet worden.
-Technische fout van een speler
Deze noteer je op dezelfde manier als een gewone fout. Er komen twee vrije worpen te staan in het scoregedeelte van de tegenstander. Bij de minuut in het foutengedeelte zet je alleen een letter “T” in plaats van een kleine “2”. Het spel gaat overigens verder met zijkant.
-Technische fout van de coach
De coach kan zelf een technische fout krijgen en dan noteren we een “C” (van coach) bij de minuut. Wanneer alle vakjes vol zijn of wanneer er twee “C’s” staan, dan moet de coach worden verwijderd.
-Onsportieve fout
Een onsportieve of onsportieve technische fout wordt genoteerd als een fout, maar nu met een letter “U” . Ook komen er twee vrije worpen (en zijkant, maar dat noteren we niet) in het puntengedeelte te staan.
-Diskwalificerende fout
Een diskwalificerende fout wordt genoteerd met een letter “D” bij de minuut in het foutengedeelte. De vakjes die dan nog leeg zijn achter de speler of coach die de fout kreeg noteren we een letter “D”, zonder de minuut. Dit is om aan te geven dan de speler of coach niet meer deelneemt aan de wedstrijd.
-Dubbel fout
Wanneer twee spelers tegelijk een fout maken, dan noteer je de fout heel gewoon met de minuut achter het spelersnummer. Natuurlijk bij beide spelers. Het spel gaat verder met zijkant voor het team dat in balbezit was. Dat hoeven wij niet te noteren. Wel zet je een “C” bij de minuut, bij beide spelers uiteraard. Dit betekent “compensatie”. Dit houdt in dat de straffen tegen elkaar wegvielen.

Als er op een bepaald moment een verschil is tussen de stand op het sheet en die van het scorebord: WEES DAN EXTRA ALERT!!!! Mogelijk is er dan ergens een telfout gemaakt. De stand op het sheet is leidend en moet het scorebord worden aangepast. Dit betekent dat het UITERST BELANGRIJK wordt, dat het sheet na elk kwart HEEL ZORGVULDIG GECONTROLEERD wordt.
Dus let op:
1. Controleer of de stand op het scorebord overeenkomt met die op het sheet.
2. Controleer ZORGVULDIG de telling op het sheet.
3. Wees extra alert bij driepunters en vrije worpen.
4. Corrigeer (na overleg) de eventueel geconstateerde vergissingen.